
- Vermijd waterophoping: gebruik een bodemvochtigheidssensor om te bepalen of de grond niet te nat is en sla bewateringsbeurten over wanneer nodig.
- Gebruik regenwater: vang regenwater op en gebruik dit om water te geven aan uw planten. Regenwater is goed voor de planten en bespaart op drinkwater.
- Gebruik hoogwaardige tuinaarde met een hoog kleigehalte: kleimineralen houden water beter vast en zorgen voor een consistentere watertoevoer voor de planten. Leem en humus houden ook water goed vast.
- Groepeer de planten: groepeer planten op basis van hun behoeften, zodat u ze efficiënter kunt bewateren. Moderne besproeiingscomputers kunnen hierbij helpen.
- Kies streekeigen planten: inheemse planten en lokale variëteiten zijn beter aangepast aan het lokale klimaat en hebben minder water, mest en pesticiden nodig.